Ze begon zich te verstoppen. Spiegels werden vermeden, hoeden werden haar schild, en de blikken van vreemden sneden dieper dan woorden. Ze vroeg zich af of ze ooit nog mooi zou kunnen voelen. Alles veranderde op de dag dat ze een medelevende kapper ontmoette die haar verhaal had gehoord. Er was geen oordeel, geen medelijden — alleen vriendelijkheid en vastberadenheid. Met een handgemaakte pruik, subtiele make-up en zachte aanmoediging begon de make-over. Stukje bij beetje werd haar spiegelbeeld herboren. Toen ze eindelijk in de spiegel keek, vulden haar ogen zich met verwondering. Ze zag niet langer alleen littekens. Ze zag moed. Ze zag hoop. Ze zag het mooie, sterke meisje dat ze altijd al was — dat haar toe glimlachte.